Uiterlijke Kenmerken

De Newfoundlander is een zware hond met een krachtig en goed bespierd lichaam en door zijn weelderige beharing wordt hij vaak vergeleken met een beer. Schofthoogte van een reu ligt gemiddeld op 71 cm en hij weegt gemiddeld 68 kg, de teef heeft een schofthoogte van ongeveer 66cm en zij weegt gemiddeld 58 kg.Bovenal geld dat de lengte van het lichaam ( gemeten vanaf het boeggewricht tot aan de zitbeenknobbel) groter is dan de hoogte van de schoft.

Een Newfoundlander heeft een diepe en brede voorborst met goed gewelfde ribben. De voorbenen zijn zwaar en staan recht onder het lichaam en de achterbenen zijn voldoende gehoekt waardoor de hond voldoende stuwing kan maken. De voeten zijn groot in verhouding tot het lichaam en mooi rond met gesloten tenen ( zwemvliezen).

In het water fungeert de staart mede als roer daarom is ook deze sterk en breed bij de aanzet. Wanneer de hond staat hangt de staart naar beneden met een lichte buiging aan het eind. De staart wordt nooit op de rug ( dominant) of tussen de benen ( onderdanig) gedragen.

De Newfoundlander heeft een zwaar hoofd, een brede schedel met een goed ontwikkelde achterhoofdsknobbel, heeft een ietwat vierkante korte snuit bedekt met kort fijn haar zonder plooien. Zij hebben een scharend of tanggebit. De ogen van de Newfoundlander zijn betrekkelijk klein, diepliggend en staan ver uit elkaar. Ook de oren zijn betrekkelijk klein en worden tegen het hoofd gedragen.

De expressie van de Newfoundlander weerspiegelt welwillendheid en zachtheid. Waardig, opgewekt en creatief. Hij staat bekend om zijn onvervalste zachtmoedige en rustige aard.

De Newfoundlander heeft een waterafstotende dubbele vacht. De bovenvacht is redelijk lang maar niet krullend. De ondervacht is zachter en dicht, in de winter is deze dichter dan in de zomer. De oorspronkelijke kleur van de Newfoundlander is zwart, daarnaast vinden we de kleuren bruin en zwart-wit ( niet te verwarren met de Landseer-ect ).